Facultaire commissies

Examencommissies

Examencommissies 2011-2012

 

Onderwijscommissies  

Afdeling 1 De didactische commissie

Artikel 1 Instelling

De faculteitsraad stelt voor al de academische opleidingen van de faculteit samen een overkoepelende permanente onderwijscommissie in, didactische commissie genoemd.

Artikel 2 Bevoegdheid

De didactische commissie

  • staat in voor de algemene coördinatie van het onderwijs in de faculteit en voor het facultaire onderwijsbeleid
  • is het orgaan voor overleg en informatie-uitwisseling tussen de permanente onderwijscommissies die onder haar bevoegdheid vallen:
    • de permanente onderwijscommissie Geschiedenis
    • de permanente onderwijscommissie Taal- en Letterkunde
    • de permanente onderwijscommissie Archeologie, Kunstwetenschappen en Musicologie
    • de permanente onderwijscommissie Taal- en Regiostudies
    • de permanente onderwijscommissie Culturele Studies
    • de permanente onderwijscommissie Letteren
    • de POC ALO Geesteswetenschappen: SLO Talen en SLO Geschiedenis, Kunst en Muziek
    • de POC Bedrijfscommunicatie (Letteren en Sociale Wetenschappen)
  • draagt de verantwoordelijkheid voor de opleidingsonderdelen die niet onder de exclusieve bevoegdheid van één permanente onderwijscommissie vallen
  • begeleidt onderwijsvernieuwing
  • stelt aan de faculteitsraad algemene richtlijnen voor met betrekking tot afwijkende programma's van individuele studenten
  • fungeert bij delegatie door het bureau van de faculteit als beroepsinstantie voor geschillen met betrekking tot individuele programma's van studenten
  • is het orgaan van beroep bij geschillen in een permanente onderwijscommissie
  • waakt erover dat activiteiten van begeleide zelfstudie en vormen van permanente evaluatie voor de opleidingen die onder de bovengenoemde commissies vallen, evenwichtig over het jaar worden gespreid

 

Artikel 3 Samenstelling

leden 2011-2012

De didactische commissie bestaat uit eenentwintig stemgerechtigde leden. Tien leden behoren tot het zelfstandig academisch personeel, drie leden tot het assisterend en bijzonder academisch personeel en zeven leden tot de studenten van de faculteit.

Lid zijn:

  • namens het zelfstandig academisch personeel:
    • de voorzitter van de didactische commissie= de vicedecaan onderwijs
    • de zeven programmadirecteurs van de permanente onderwijscommissies
      (Indien de programmadirecteur van de interfacultaire permanente onderwijscommissie Academische Lerarenopleidingen niet behoort tot de faculteit Letteren, wijst die permanente onderwijscommissie een vertegenwoordiger aan die wel tot de faculteit behoort.)
    • een vertegenwoordiger van de facultaire dienst studiebegeleiding
    • een vertegenwoordiger van de subfaculteit Letteren Kortrijk
  • namens het assisterend en bijzonder academisch personeel:
    • drie vertegenwoordigers van wie ten minste één studiebegeleider
  • namens de studenten:
    • één vertegenwoordiger uit elke permanente onderwijscommissie
  • tevens zijn de volgende leden als waarnemer uitgenodigd:
    • twee vertegenwoordigers van de geïntegreerde faculteit (Lessius en H.U.B.)
    • de stafmedewerkers onderwijs die tevens de notulen nemen
    • een vertegenwoordiger van Duo
    • de stafmedewerker communicatie
    • een stafmedewerker van het International Office Letteren
    • een vertegenwoordiger van de Bibliotheek Letteren
    • de administratief directeur

Leden die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, moeten zich door iemand uit hun geleding laten vervangen.

De woordvoerders van de stuurgroepen en de contactpersonen van de programma's die onder de bevoegdheid van de didactische commissie vallen, wonen de vergaderingen van de didactische commissie bij met betrekking tot agendapunten die hen aanbelangen. Zij hebben met betrekking tot het programma dat ze vertegenwoordigen zowel initiatiefrecht als spreekrecht.

Artikel 4 Vergaderfrequentie

De didactische commissie vergadert ten minste vier maal per jaar.

 

Afdeling 2 De permanente onderwijscommissies

Artikel 5 Instelling

De faculteitsraad stelt zes permanente onderwijscommissies in binnen de faculteit en erkent twee interfacultaire permanente onderwijscommissie voor programma's die tot de volgende diploma's leiden:

  • de permanente onderwijscommissie Geschiedenis
    • Bachelor of Arts in de geschiedenis
    • Master of Arts in de geschiedenis
    • Master of Arts in de geschiedenis van de Oudheid
    • Master of Arts of Medieval and Renaissance Studies
    • Master of Arts in de Archivistiek: erfgoed- en hedendaags documentbeheer
    • Master of Arts of Europe and the World 1500-2000 Studies: Expansion, Exchange, Globalization
  • de permanente onderwijscommissie Taal- en Letterkunde
    • Bachelor of Arts in de taal- en letterkunde
    • Master of Arts in de taal- en letterkunde
    • Master of Arts in de taalkunde
    • Master of Arts in de westerse literatuur
    • Máster of Arts en Estudios Ibéricos e Iberoamericanos
    • Master of Arts in Advanced Studies in Linguistics
    • Master of Arts in de Literatuurwetenschappen
    • Master of Arts in American Studies
    • Master of Arts in Western Literature
    • Master of Arts en langue et littérature françaises
    • Master of Arts in Linguistics and Literature: English
  • de permanente onderwijscommissie Archeologie, Kunstwetenschappen en Musicologie
    • Bachelor of Arts in de archeologie
    • Bachelor of Arts in de kunstwetenschappen
    • Bachelor of Arts in de musicologie
    • Master of Arts in de archeologie
    • Master of Arts in Archaeology
    • Master of Arts in de kunstwetenschappen
    • Master of Arts in de musicologie
  • de permanente onderwijscommissie Taal- en Regiostudies
    • Bachelor of Arts in de taal- en regiostudies: Arabistiek en Islamkunde
    • Bachelor of Arts in de taal- en regiostudies: Japanologie
    • Bachelor of Arts in de taal- en regiostudies: Oude Nabije Oosten
    • Bachelor of Arts in de taal- en regiostudies: Sinologie
    • Bachelor of Arts in de taal- en regiostudies: Slavistiek en Oost-Europakunde
    • Master of Arts in de taal- en regiostudies: Arabistiek en Islamkunde
    • Master of Arts in de taal- en regiostudies: Japanologie
    • Master of Arts in de taal- en regiostudies: Oude Nabije Oosten
    • Master of Arts in de taal- en regiostudies: Sinologie
    • Master of Arts in de taal- en regiostudies: Slavistiek en Oost-Europakunde

De permanente onderwijscommissies Geschiedenis en Taal- en Letterkunde zijn ook bevoegd voor de bachelorprogramma's die aangeboden worden aan de subfaculteit Letteren te Kortrijk; ze werken voor aangelegenheden die deze subfaculteit betreffen, samen met de organen te Kortrijk.

  • de permanente onderwijscommissie Culturele Studies
    • Master of Arts in de Culturele Studies
    • Master of Arts in Cultural Studies
  • de permanente onderwijscommissie Letteren
    • Postgraduaat didactiek Nederlands voor anderstaligen
    • Study Abroad Programme in European Culture and Society (PECS)
  • de permanente onderwijscommissie Bedrijfscommunicatie (interfacultair)
    • Master of Arts in de Bedrijfscommunicatie
  • de permanente onderwijscommissie SLO Geesteswetenschappen (interfacultair)
    • Leraar Talen
    • Leraar Geschiedenis, Kunst en Muziek

 

Artikel 6 Bevoegdheid

Een permanente onderwijscommissie

  • ontwerpt het onderwijskundig referentiekader en bepaalt het onderwijsprogramma en de didactische vormgeving van het programma
  • adviseert de faculteit over aanvragen tot het organiseren van deelexamens, van partiële of permanente evaluatie of van bijzondere examineertijdstippen
  • adviseert de faculteit over voorstellen tot het toepassen van weging op de resultaten behaald voor een opleidingsonderdeel
  • adviseert de faculteit over geïndividualiseerde trajecten
  • staat in voor de evaluatie van de opleiding en de opleidingsonderdelen, voor de opvolging ervan en de remediëring van eventuele tekorten
  • ziet erop toe dat er voor elk opleidingsonderdeel een ECTS-fiche wordt gemaakt waarin de begintermen, volgtijdelijkheidsvoorwaarden en de doelstelling van het opleidingsonderdeel worden gespecificeerd
  • ziet erop toe dat de bovengenoemde ECTS-fiches tijdig en op een aangepaste wijze ter beschikking van de studenten worden gesteld
  • waakt erover dat opdrachten en vormen van permanente evaluatie evenwichtig over het jaar worden gespreid
  • is bij delegatie door het bureau van de faculteit ook bevoegd voor individuele programma's van studenten
  • waakt erover een permanent klankbord te zijn voor problemen die haar worden gesignaleerd
  • kan in haar schoot curriculumcommissies instellen voor opleidingen die volledig onder haar bevoegdheid ressorteren
  • is het orgaan van beroep bij geschillen in een curriculumcommissie met betrekking tot het functioneren van een curriculumcommissie of van haar leden.

 

Artikel 7 Samenstelling van een permanente onderwijscommissie binnen de faculteit Letteren

Een permanente onderwijscommissie bestaat uit maximum eenentwintig stemgerechtigde leden:

  • de vertegenwoordiging van de leden van het zelfstandig academisch personeel die onderwijs op het bevoegdheidsdomein van de permanente onderwijscommissie verstrekken of ondersteunen, telt maximum elf leden.
    Lid zijn in ieder geval de programmadirecteur en de voorzitters van de curriculumcommissies indien de permanente onderwijscommissie dergelijke commissies heeft ingesteld. Indien in de permanente onderwijscommissies Geschiedenis of Taal- en Letterkunde geen van de leden van het zelfstandig academisch personeel een substantiële opdracht in het bachelorprogramma van de subfaculteit Letteren te Kortrijk heeft, wordt aanvullend één lid verkozen dat aan de subfaculteit Letteren te Kortrijk werkzaam is.
  • de vertegenwoordiging van het assisterend en bijzonder academisch personeel werkzaam op het bevoegdheidsdomein van de permanente onderwijscommissie, telt maximum drie leden.
  • de vertegenwoordiging van de studenten die onder het bevoegdheidsdomein van de permanente onderwijscommissie vallen, maakt één derde van de gehele permanente onderwijscommissie uit en telt ten minste vier en ten hoogste zeven leden.

Permanente onderwijscommissies die minder dan eenentwintig leden tellen, worden volgens dezelfde verhoudingen samengesteld.

De vergaderingen worden bijgewoond door de stafmedewerkers onderwijs en/of een lid van het administratief personeel dat secretariële ondersteuning biedt aan de permanente onderwijscommissie.

Stemgerechtigd voor de verkiezing van de vertegenwoordiging van het zelfstandig academisch personeel zijn de leden van het zelfstandig academisch personeel die op het bevoegdheidsdomein van de permanente onderwijscommissie een didactische opdracht hebben. De permanente onderwijscommissie legt met het oog op de verkiezing vast wie daartoe behoren. Buiten de programmadirecteur en de voorzitters van de curriculumcommissies zijn stemgerechtigde leden ook zelf verkiesbaar. De mandaatduur van de leden van het zelfstandig academisch personeel bedraagt drie jaar, behalve voor de leden die voorzitter zijn van een curriculumcommissie. Voor hen is de mandaatduur beperkt tot de periode van het voorzitterschap van de curriculumcommissie.

Stemgerechtigd voor de verkiezing van de vertegenwoordiging van het assisterend en bijzonder academisch personeel zijn de leden van het assisterend en bijzonder academisch personeel die op het bevoegdheidsdomein van de permanente onderwijscommissie een door de permanente onderwijscommissie bekrachtigde didactische opdracht hebben. Stemgerechtigde leden zijn ook zelf verkiesbaar. De mandaatduur van de leden van het assisterend en bijzonder academisch personeel is aan het academiejaar gebonden.

Verkiesbaar voor de vertegenwoordiging van de studenten zijn de studenten van de faculteit die onder de bevoegdheid van de permanente onderwijscommissie vallen. De mandaatduur van student-leden is aan het academiejaar gebonden.

Leden die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, moeten zich door iemand uit hun geleding laten vervangen.

Verkozen leden die ontslag nemen, die niet langer voldoen aan de voorwaarden van het mandaat of die in de definitieve onmogelijkheid verkeren hun mandaat uit te oefenen, worden opgevolgd door het lid van hun geleding met het hoogste aantal stemmen bij de niet-verkozen leden. De opvolger voleindigt het mandaat van zijn of haar voorganger.

Artikel 8 Samenstelling van het bureau van een permanente onderwijscommissie

Het bureau van een permanente onderwijscommissie bestaat uit de programmadirecteur, de adjunct-programmadirecteur, één door de permanente onderwijscommissie aangewezen lid van het academisch personeel en één student.

Artikel 9 Vergaderfrequentie

De permanente onderwijscommissie vergadert ten minste vier keer per jaar.

Artikel 10 Mandaat van de programmadirecteur

De programmadirecteur is een voltijds lid van het zelfstandig academisch personeel met een substantiële opdracht op het bevoegdheidsdomein van de permanente onderwijscommissie.

De programmadirecteur

  • is voorzitter van de permanente onderwijscommissies
  • is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en de coördinatie van de opleiding
  • houdt regelmatig voeling met de bij de opleiding betrokken docenten en de studenten
  • ziet toe op de uitvoering en de coördinatie van de opleidingsonderdelen
  • draagt zorg voor de organisatie van de studiebegeleiding in de opleidingsonderdelen en in de opleiding als geheel
  • stimuleert en coördineert projecten voor onderwijsverbetering en -vernieuwing binnen de opleiding
  • wordt door de voorzitter van de beoordelingscommissie geraadpleegd inzake toewijzingen van opdrachten, benoemingen en aanstellingen, met inbegrip van bevorderingen, van leden van het zelfstandig academisch personeel die een substantiële opdracht in de opleiding vervullen.

De programmadirecteur wordt, behoudens andere door een permanente onderwijscommissie aan de faculteit ter bekrachtiging voorgelegde afspraken, verkozen door de leden van de faculteitsraad die met het oog op die verkiezing aan een (of meer dan een) permanente onderwijscommissie zijn toegewezen. Bij de verkiezing wordt de verhouding tussen zelfstandig academisch personeel, assisterend en bijzonder academisch personeel en studenten gerespecteerd. De verkiezing wordt door de aftredende programmadirecteur voorbereid in overleg met de decaan en dient door de faculteitsraad te worden bekrachtigd. Indien de aftredende programmadirecteur kandidaat is voor een tweede termijn, bereidt de decaan de verkiezing met een ander lid van het desbetreffende bureau voor.

Het mandaat van programmadirecteur duurt drie jaar en kan eenmaal hernieuwd worden.

Het mandaat van programmadirecteur is onverenigbaar met een mandaat op centraal of facultair beleidsniveau of met het voorzitterschap van een curriculumcommissie.

De permanente onderwijscommissie wijst onder de leden van het zelfstandig academisch personeel van de permanente onderwijscommissie een adjunct-programmadirecteur aan, die de programmadirecteur vervangt wanneer die tijdelijk verhinderd is.

 

Afdeling 3 De curriculumcommissies

Artikel 11 Instelling

Een permanente onderwijscommissie kan in haar schoot voor opleidingen die volledig onder haar bevoegdheid ressorteren curriculumcommissies instellen. Ze mag niet minder dan twee en niet meer dan tien dergelijke commissies instellen.

Een curriculumcommissie fungeert als orgaan van overleg en discussie tussen degenen die bij het onderwijs op een bepaald deeldomein waarvoor de permanente onderwijscommissie bevoegd is, betrokken zijn. De permanente onderwijscommissie bepaalt de deeldomeinen waarvoor ze curriculumcommissies wil instellen.

Artikel 12 Bevoegdheid

De curriculumcommissies adviseren de permanente onderwijscommissie waaronder ze ressorteren over

  • het ontwerp, de inrichting of de herijking van het curriculum, onder andere naar aanleiding van een emeritaat
  • de programmering, de inhoud, de vorm en de evaluatie van opleidingsonderdelen die tot het curriculum behoren
  • aanvragen tot equivalentie van opleidingsonderdelen die tot het curriculum behoren met opleidingsonderdelen die vroeger of elders zijn gevolgd
  • kwaliteitsbevorderende maatregelen betreffende het onderwijs in het algemeen.

De curriculumcommissies voeren de beslissingen uit die door de faculteit of door de permanente onderwijscommissie zijn genomen met betrekking tot

  • de programmering, de inhoud, de vorm en de evaluatie van opleidingsonderdelen die tot het curriculum behoren
  • het opstellen en het tijdig en correct ter beschikking stellen van een ECTS-fiche waarin de begintermen, de volgtijdelijkheidsvoorwaarden en de doelstellingen van de opleidingsonderdelen die tot het curriculum behoren, worden gespecificeerd.

De permanente onderwijscommissie kan in haar huishoudelijk reglement haar curriculumcommissies verdere bevoegdheden toekennen. Die bevoegdheden kunnen zowel van beleidsvoorbereidende als van uitvoerende aard zijn.
Een curriculumcommissie rapporteert over haar werkzaamheden aan de permanente onderwijscommissie.

Artikel 13 Samenstelling

Een curriculumcommissie is samengesteld uit leden van het zelfstandig academisch personeel en van het assisterend en bijzonder academisch personeel en uit studenten, in dezelfde verhoudingen als in een permanente onderwijscommissie; het maximum aantal leden is vastgesteld op eenentwintig.

De onderwijscommissie legt in haar huishoudelijk reglement vast welke leden van het zelfstandig academisch personeel en van het assisterend en bijzonder academisch personeel aan de verschillende curriculumcommissies worden gehecht en wie verkiesbaar is. Ze legt tevens in dat reglement de procedure van verkiezing voor de verschillende geledingen vast.

De curriculumcommissie legt haar samenstelling elk jaar op de eerste vergadering van het academiejaar ter goedkeuring aan de permanente onderwijscommissie voor.

De curriculumcommissie nodigt op haar vergaderingen andere leden van de academische gemeenschap als waarnemers uit voor de agendapunten die hen aanbelangen.

Artikel 14 Vergaderfrequentie

Een curriculumcommissie vergadert op verzoek van de permanente onderwijscommissie of op eigen initiatief zo vaak als nodig wordt geacht, maar in ieder geval met betrekking tot aangelegenheden op het domein van de curriculumcommissie die op de permanente onderwijscommissie worden geagendeerd.

Artikel 15 Voorzitterschap

Het voorzitterschap van een curriculumcommissie wordt door een lid van het zelfstandig academisch personeel waargenomen voor een periode van drie academiejaren en is eenmaal hernieuwbaar.

Bij de instelling van een curriculumcommissie wordt de voorzitter door de leden van de curriculumcommissie aangewezen onder de leden van het zelfstandig academisch personeel die voor het voorzitterschap in aanmerking komen. Daarna wordt de voorzitter door en onder de leden van het zelfstandig academisch personeel van de curriculumcommissie gekozen.

Bij voortijdige beëindiging van het voorzitterschap begint voor de opvolger de nieuwe periode van drie jaar pas bij het begin van het academiejaar.

Het voorzitterschap van een curriculumcommissie is onverenigbaar met het voorzitterschap van de permanente onderwijscommissie of met een mandaat op centraal of facultair beleidsniveau.

De voorzitter - of bij diens verhindering een ander door de leden van het zelfstandig academisch personeel van de curriculumcommissie door verkiezing aangewezen lid van het zelfstandig academisch personeel - vertegenwoordigt in de permanente onderwijscommissie de curriculumcommissie en vertolkt er haar opvattingen en standpunten.

 

Afdeling 4 Slotbepalingen

Artikel 16 Inwerkingtreding

Dit reglement werd goedgekeurd door de faculteitsraad op 11 maart 2004. Het werd van kracht op 1 augustus 2004. Ter voorbereiding van de inwerkingtreding werden de verkiezingen voor de samenstelling van de permanente onderwijscommissies binnen de faculteit georganiseerd in de loop van de maanden maart en april 2004 en werden de programmadirecteurs aangesteld op faculteitsraad van 13 mei 2004.

Wie is wie?

Programmadirecteurs 2011-2012

POC Culturele studies  J. Baetens (vrz) LETT 03.25  016/ 32.48.46
POC Taal- en Letterkunde R. Ingelbien (vrz) LETT 04.26  016/32.48.81 
Adj : J. van der Horst LETT 02.22 016/ 32.48.04
POC Taal- en Regiostudies T. Soldatjenkova (vrz) LETT 07.34  016/32.49.58  
Adj. : K. Van Heuckelom LETT 07.38 016/32.49.15 of 016/32.49.31
POC Bedrijfscommunicatie K. Jaspaert (vrz) LETT 01.21   016/32.50.20 
POC Archeologie, Kunstwetenschappen en Musicologie L. De Ren (vrz) LETT 04.07 016/32.48.66
I. Schoep (secr) LETT 04.35  016/32.48.88 
POC ALO/SLO L. Sercu (vrz) LETT 02.40 016/32.48.26
B. Dekeyzer (secr) LETT 01.08 016/32.47.55 of 016/32.50.50
POC Geschiedenis  W. Thomas (vrz) LETT 05.27  016/32.49.91 
Adj.: K. Vandorpe LETT 06.40 016/32.49.28 of 016/32.50.71
POC Letteren J. Verberckmoes LETT 00.06 016/32.50.02

Voorzitters curriculumcommissies

zie Toledo